Stad & Natuur heeft een subsidie ontvangen om de bestrijding van de reuzenberenklauw in het Vroege Vogelbos en op Stadslandgoed de Kemphaan beter aan te pakken. Deze invasieve plantensoort vormt een bedreiging voor zowel de biodiversiteit als de veiligheid van bezoekers.
Dankzij de subsidie (Vermaatschappelijking natuur) kunnen we de bestrijding intensiveren door meer materialen aan te schaffen en onze vrijwilligers op te leiden.
Terugdringen in drukbezochte recreatiegebieden
De reuzenberenklauw is een snelgroeiende invasieve exoot die jaarlijks tienduizenden zaden produceert. Daarmee verdringt hij inheemse planten en kan hij grote schade aanrichten aan de natuur. Daarnaast is de plant gevaarlijk voor mensen: aanraking met het sap kan ernstige brandwonden veroorzaken. Vooral in drukbezochte recreatiegebieden, zoals het Vroege Vogelbos en de Stadslandgoed de Kemphaan is het daarom belangrijk om de plant terug te dringen. Op beide locaties zorgen onze schapen in de weides voor de bestrijding van de reuzenberenklauw. Het is zelfs de belangrijkste taak van de kudde.
Sneller werken dankzij bosmaaiers
Een groep van circa 25 enthousiaste vrijwilligers ondersteunt Stad & Natuur al bij het beheer van de bossen en paden. Om de berenklauw sneller en effectiever te kunnen bestrijden, zijn er extra bosmaaiers aangeschaft. Eerst was er maar één, nu kunnen vier mensen tegelijk aan de slag.
Met de nieuwe bosmaaiers kunnen we de reuzenberenklauw twee keer zo snel aanpakken. Als je berenklauw meerdere keren maait, put je na circa 7 jaar het uit. Zo hebben we het eerder gedaan in het Vroege Vogelbos en daar is het goed onder controle.
Bewustwording en betrokkenheid
De bestrijding is niet alleen belangrijk voor de natuur zelf, maar ook voor het vergroten van de bewustwording onder bezoekers van onze gebieden. Wie langs een pad ziet dat vrijwilligers actief bezig zijn, krijgt meteen het verhaal mee: waarom deze plant gevaarlijk is en hoe belangrijk het is om samen de natuur te beschermen. Stad & Natuur wil zo niet alleen de biodiversiteit herstellen, maar ook een gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de natuur in de stad versterken.